Messina, Diogenes en Frank Boeijen

Messina en Frank Boeijen

Messina en Frank Boeijen, à la recherche du temps perdu

 

 

Met enige regelmaat krijg ik de vraag in hoeverre Nocturne voor Messina autobiografisch is en vooral wie toch die Messina is waar de hoofdpersoon zo geobsedeerd mee is.

 

Nocturne voor Messina is fictief, maar bevat zeker autobiografische elementen. Schrijven is immers naast ‘verhalen vertellen’ ook een stuk zelfpresentatie, ijdelheid, egotripperij. Het gebruiken van autobiografische elementen is teruggrijpen naar het verleden, op zoek gaan naar de verloren tijd, of zoals het zoveel mooier klinkt in het Frans, à la recherche du temps perdu.

Een verhaal is makkelijker in te kleuren met autobiografische elementen. Er is weinig research voor nodig omdat je direct kunt putten uit eigen herinneringen. Voor mij was het ook vanuit het idee van een ‘feest der herkenning’ tijdgenoten enthousiast te krijgen. Een stukje geschiedenis delen, weten dat je op dezelfde plekken ook voetsporen hebt achtergelaten. Dat verbindt.

 

In mijn studententijd was er inderdaad een ‘Messina’. Een verliefdheid met een intensiteit, die volgens velen, bij mannen maar één of twee keer in hun leven kan voorkomen. Nu geloof ik dat gladjes lopende relaties al nooit die heftigheid kunnen bereiken. Voor vuur en passie zijn horden en drempels nodig. Zo’n liefde was het, maar in mijn debuutroman heb ik daarvan toch maar een klein stukje gebruikt. Op pagina’s 109 t/m 112 van Nocturne voor Messina staat een passage die ik kort samenvat met ‘zoenen met Frank Boeijen’.

 

Uit Nocturne voor Messina vanaf pagina 109

Op een dinsdag belde Jean-Luc met de vraag of ik zin had om wat te drinken in de stad. Hij had een lucratief transportcontract afgesloten met een grote Spaanse stofzuigerleverancier en dat succes wilde hij met ons vieren. Messina en hij waren in een wat opstandige bui. Mike was wat narrig, want hij had weer moeizame gesprekken gevoerd met Personeelszaken. Jean-Luc vond het leuk om hem een beetje te stangen. Mike hield van Nederlandstalige muziek en had een zwak voor Frank Boeijen, ook omdat het een van de weinige Nijmeegse zangers was die landelijke bekendheid genoot. Zijn liedjes waren echt niet slecht, maar als student vonden we het lastig om al te enthousiast te doen over Nederpop. Frank Boeijen had dan ook nog als manco dat vele zinnen half onverstaanbaar werden gezongen en rijkelijk opgesmukt met vergezochte metaforen. Dat moesten we met enige regelmaat belachelijk maken. Kronenburgerpark vonden we allemaal prachtig. Frank liet zich nog weleens zien in het Nijmeegse uitgaansleven en de aanwezigheid van een beroemdheid zorgde altijd voor een zekere opwinding.

 

In de tweede kroeg die we aandeden, bestelde Jean-Luc een biertje, keek over de schouders van Mike en riep overdreven hard: ‘Hé Mike, kijk eens wie we daar hebben. Dat is Frank Boeijen!’ Verwachtingsvol keek Mike achterom, maar geen Frank Boeijen te zien. Hij keek licht geërgerd naar Jean-Luc met een blik van: ‘Waar slaat dit op?’ Dit was zo’n situatie waarin de kracht van de grap school in de herhaling. In elke volgende kroeg en bij elk biertje dat Jean-Luc bestelde, herhaalde hij: ‘Hé Mike, kijk, Frank Boeijen!’ Elke keer met precies dezelfde gespeelde verbazing. De ergernis van Mike nam verder toe en juist daarom moesten Messina en ik steeds harder lachen. Mike zei dat hij Jean-Luc voor zijn bek zou slaan als hij het nog een keer zou zeggen. Het was ook mooi geweest. Als cool-down dronken we nog een biertje bij Diogenes, om de avond toch nog een beetje goed af te sluiten.

 

Mike binnen zien te krijgen was vaak wat lastiger, omdat hij geen collegekaart meer had en het een beetje afhankelijk was van welke uitsmijter er aan de deur stond. Deze keer kwamen we probleemloos binnen. Jean-Luc bestelde vier biertjes aan de bar en reikte Mike zijn biertje aan. Jean-Luc ging onverwachts toch voor de herhaling. Met grote ogen riep hij: ‘Hé Mike, kijk, nee echt, kijk! Daar is Frank Boeijen!’ Mike nam het glas van Jean-Luc nijdig aan, sloeg het in twee teugen achterover, draaide zich om en keek daarbij vol in het gezicht van, jawel, Frank Boeijen.

 

Jean-Luc, Messina en ik rolden over de grond van het lachen. Zoveel geluk moest je koesteren. Als we even stopten met lachen om adem te halen en we het verbouwereerde hoofd van Mike zagen, dan kregen we een hoestbui van het lachen. Ik was bang dat mijn buik zou scheuren. Mike kon er niet mee dealen en ging ervandoor. Voor Jean-Luc was het zijn finest hour en hij ging niet veel later ook weg. Messina had gelukkig nog geen zin om al naar huis te gaan, ze vond het leuk om in de kelder nog wat met me te dansen. Ze maakte haar mooie rustige draaibewegingen, haar ogen gesloten. Ik pakte haar even bij haar handen. Ze liet het toe, het leek niets te betekenen. We dansten twee nummers en ze glimlachte lief naar me. Mijn ademhaling zat ondertussen tamelijk hoog.

 

Ik moest naar de wc, vooral eigenlijk om de spanning even te doorbreken. Toen ik terug was, stond ze niet meer op de dansvloer. Ik vond het ook wel prima om nog even rustig in mijn eentje aan de bar een biertje te drinken. Een klein halfuur later vond ik het welletjes en ook tijd om naar huis te gaan, het was inmiddels halfvier. Ik liep de trap op en kwam boven Frank Boeijen tegen die juist naar beneden wilde gaan. Hij sloeg mij op mijn schouder en zei: ‘Hé, sorry man.’ Ik had geen idee waarom, dus kon ik niets anders uitbrengen dan: ‘Ach, als je maar gelukkig bent.’ Dat was een standaardzin van me die ik vaker gebruikte. Hij keek me licht verbaasd aan.

 

Messina en ik fietsten een stuk richting huis. Ze woonde op Galgenveld, wat voor mij geen grote omweg was. Ik vertelde haar het voorval op de trap met Frank Boeijen. Ze zei dat ze boven bij de bar even met hem had gezoend. Heel even maar, het stelde niet veel voor. Ik zweeg. Juist, ja. Ze vroeg wat er was. Ik gaf geen antwoord. Ik was blij dat we er bijna waren.

 

Frank Boeijen dacht dus dat Messina mijn vriendin was. Wat moest ik ervan denken? Ik koesterde het dansen met Messina en het verlegen glimlachje dat ik kreeg, maar het kon zoveel betekenen. Dat ze met Frank Boeijen had gezoend, was op zich ook weer niet wereldschokkend, al had ik dat nooit van haar verwacht. Het maakte haar wellicht toch wat menselijker. Ze zal het wel stoer hebben gevonden om te kunnen zeggen dat ze met hem had gezoend. Zoveel meisjes konden dat niet zeggen. Hoewel? Ze had kunnen weigeren. Maar wie zou het geloven als ze vertelde dat hij met haar wilde zoenen, maar dat ze daar verder niet op in was gegaan? Misschien had Messina zelf wel het initiatief genomen. Het goede nieuws was dat ze niet onversierbaar was. Ze had dus ook haar zwaktes.

 

Diogenes

Diogenes speelde in de jaren tachtig, toen ik in Nijmegen studeerde, een belangrijke rol in het uitgaansleven van studenten. Na tweeën had je niet veel keuze. L’ Ambassadeur, waar het publiek nogal praktisch opgeleid was en ‘disco’, of Diogenes waar je zonder collegekaart moeilijk binnenkwam. Nog even dansen in de kelder, zwijmelen en hopen. Ik kan me geen versierpoging herinneren met enig noemenswaardig succes. Wel een zalig terugverlangen naar de vele consequentieloze dronkenschappen. Regelmatig stopte bij mij de film ergens halverwege, geen idee hoe ik thuis ben gekomen. Frank Boeijen kwam daar ook af en toe om ‘gewoon’ een biertje drinken. Dat vonden we toen best wel bijzonder.

 

De zoen

De zoen van mijn toenmalige ‘Messina’ met Frank Boeijen in Diogenes is autobiografisch en heeft precies zo plaatsgevonden als beschreven, net zoals zijn excuses daarvoor bovenaan de trap. Ik had geen idee wat er zich boven had afgespeeld en mijn antwoord aan hem: ‘als je maar gelukkig bent,’ gebruikte ik regelmatig als dooddoener, net zoals ‘sorry dat ik besta’.

De herhalende grap met Mike ‘Hé kijk eens wie we daar hebben. Dat is Frank Boeijen!’ is ook waargebeurd. Hoewel mijn vrienden er tot voor kort heilig van overtuigd waren dat ík het slachtoffer van die grap was, is dit een van de spaarzame stapavonden waar ik mijn studie voor heb laten gaan, en waar ik achteraf natuurlijk dolgraag bij had willen zijn. Het heeft vrijwel precies zo plaatsgevonden, maar zonder mij en ‘Messina’. Deze beide waargebeurde verhalen heb ik in Nocturne voor Messina samengevoegd.

 

Unfinished business

De liefde met mijn toenmalige ‘Messina’ heeft niet lang geduurd. Ze was overigens beslist geen brunette maar wel beeldschoon. Ze koos uiteindelijk niet voor mij, maar voor ‘het mooie plaatje’, althans dat is mijn uitleg. Iemand waar ze op termijn meer toekomst mee voor zich zag, iemand uit de hogere klasse, net zoals zijzelf. Met haar afwijzing heb ik jarenlang geworsteld. Tijdens toevallige nachtelijke ontmoetingen in die tijd, bood zij mij zeker nog openingen, maar mijn trots, mijn koppigheid, mijn gekrenkte ego weerhield mij ervan om ervoor te vechten.

Ik bracht haar nog weleens thuis, maar fietste dan weg, ook al vroeg ze me om op haar kamer nog wat te drinken. Ergens speelde mee dat mijn intuïtie mij waarschuwde: ‘pas op, er klopt hier iets niet, deze liefde gaat je ten gronde richten.’ Ik weet niet of ik mijn koppigheid zo betreur, ik heb er zowel een hekel aan als dat ik er trots op ben. Wel betreur ik dat ik nooit met haar heb willen praten over het waarom van haar keuze. Nu blijft het bij mijn eigen invulling en die pakt sowieso niet erg voordelig voor mezelf uit.

Onbeantwoorde vragen blijven terugkomen. Het moet gezegd dat ik ook niet erg fijngevoelig was. Mijn eerstvolgende vriendinnetje sommeerde mij ogenblikkelijk om de verschillende naaktfoto’s van mijn Duitse ex die nog boven mijn bed hingen, prachtige naaktfoto’s vond ikzelf, ogenblikkelijk weg te halen. Dat ik dat bij ‘Messina’ niet allang uit mezelf had gedaan, zal haar toen niet bepaald gesterkt hebben in haar vertrouwen. ‘Messina’ heb ik na mijn afstuderen nooit meer gezien, behalve een keer totaal random in Amsterdam, beiden flink in de olie, met blikken zo vaaglijk, ongrijpbaar, verlangend. Het gevolg van ‘unfinished business’.

 

Eind goed, al goed

Zoals de meeste sprookjes eindigen met ‘eind goed, al goed’, is er een nieuwe Messina in mijn leven gekomen. Zij beantwoordt mijn liefde wel ‘onvoorwaardelijk’. Dat is de ‘Messina’ aan wie ik mijn debuutroman heb opgedragen.